VOORTGEZET ONDERWIJS

De BOVO-procedure

Hieronder volgt een beschrijving van de stappen die op de Bavinckschool worden genomen in het kader van de doorverwijzing naar het voortgezet onderwijs. Wij volgen de Haagse BOVO-procedure (van Basis Onderwijs naar Voortgezet Onderwijs).

Groep 7

In maart zijn de eerste rapportbesprekingen met ouders. Er wordt dan een eerste indicatie gegeven naar welk niveau een kind kan uitstromen. Deze gegevens zijn gebaseerd op de werkhouding, het leerlingvolgsysteem (CITO-toetsen vanaf groep 6), ervaringen in de groep, inzet bij het maken van huiswerk, enz. 
De belangrijkste vakken voor deze voorlopige niveaubepaling zijn Begrijpend Lezen, Rekenen en Spelling. 
In juni worden de E7 CITO-toetsen afgenomen. Hieruit volgt wederom een voorspelling naar welk niveau het kind kan uitstromen. Dit noemen we het pré-advies voortgezet onderwijs.  In de meeste gevallen is er weinig verschil tussen de eerste en de tweede indicatie. Bij grote verschillen volgt een gesprek tussen de leerkracht en de ouders.  
 

Groep 8

Bij alle leerlingen van groep 8 wordt aan het begin van het schooljaar het Drempelonderzoek afgenomen. Deze toets geeft extra informatie over de cognitieve  vaardigheden van het kind. De uitslag van het Drempelonderzoek geeft aan welke kinderen in aanmerking kunnen komen voor Leerweg Ondersteunend Onderwijs (LWOO). 
 
Aan het begin van groep 8 verzorgen de leerkracht(en) een informatie-avond voor de ouders, waarbij uitgelegd wordt hoe de school tot het schooladvies komt en hoe de procedure verloopt. De ouders krijgen hierbij het tijdpad mee. 
 
In november vinden de voorlopige adviesgesprekken plaats met de leerkracht, de ouder en het kind. Deze gesprekken komen in plaats van de KOL-gesprekken. De ouders/kinderen krijgen een voorlopig schooladvies. 
Hiermee kunnen zij gericht de open dagen van het voortgezet onderwijs bezoeken. Dit 
advies wordt pas definitief, als de unieke leerlingcode bekend wordt gemaakt door de BOVO. Het voorlopig advies is gebaseerd op de volgende onderdelen: het leerlingvolgsysteem (CITO toetsen), het Drempelonderzoek, de bevindingen van de groepsleerkracht én van de leerkracht van groep 7, de resultaten van de eerste periode in groep 8, de sociaal-emotionele ontwikkeling, de motivatie, het gedrag en (indien relevant) de thuissituatie. 
 
In februari krijgen de ouders het definitieve schooladvies schriftelijk mee en een kopie van het (concept)onderwijskundig rapport. Dit rapport bevat informatie over het kind dat op digitale wijze aan de VO-school wordt aangeleverd. Bij specifieke vragen zal de VO-school contact opnemen met de Bavinckschool. Ouders kunnen met het definitieve advies hun kind aanmelden bij de school die als eerste op hun voorkeurslijst staat. 
 
In april nemen we de Centrale Eindtoets van CITO af. Zodra de uitslag bekend is, worden de ouders daarvan meteen op de hoogte gesteld. Zij ontvangen schriftelijk de rapportage van CITO, daarbij komen tevens de gegevens van de Drempeltoets, een uitdraai van de resultaten van het leerlingvolgsysteem vanaf groep 6 en het ontwikkelingsperspectief.  
Indien de Centrale Eindtoets lager uitvalt dan het schooladvies, is het advies bindend. Als de Eindtoets een hoger niveau aangeeft, wordt het advies opnieuw bekeken en besproken met de ouders. Wanneer er sprake is van een herzien advies, neemt de Bavinckschool het initiatief tot overleg met de vo-school. 
 

Meer informatie vindt u hier.